Imazighen in Europa

Salima 11 mei 2011

  1. In West Europa leven veel Imazighen (Berbers). Het merendeel komst uit drie Amazightalige gebieden: Kabylië, Rif en Sous. Er is veel studie gedaan naar de juridische, sociale en economische aspecten van deze migranten. Taal en cultuur zijn echter voor lange tijd onaangeroerd gebleven. In de laatste twee decennia is er echter veel veranderd. Imazighen zelf in, m.n. hoger opgeleiden, nemen steeds meer initiatief om deze linguïstische en culturele aspecten te bestuderen. In dit artikel beschrijft Salem Chaker, hoogleraar Tamazight taal en cultuur aan het INALCO (Institut National des Langues et Civilisations Orientales, Parijs) de linguïstische en culturele achtergronden van deze migranten als ook de drijfveren om de eigen identiteit te herwaarderen en te moderniseren. Het artikel is een vertaling uit het Frans van: Emigration. Artikel in: Berberes aujourd’hui (Imazighen ass-a). Histoire et Perspectives Mediterraneenes. Harmattan, 1989.
     
  2. Tamazight is de meest gesproken vreemde taal onder de migranten in Frankrijk. Franse onderzoekers hebben zelden dit Linguïstisch gegeven bestudeerd. In feite ziet men de sprekers van deze taal, Imazighen, als een onderdeel van de Noord Afrikaanse migranten. Ze maken deel uit van wat men vaak tracht aan te duiden als “Arabierenâ€.

    Imazighen van Frankrijk, komen uit verschillende landen. Dit betekent dat deze migranten van oorsprong nationaliteiten dragen van verschillende Noord Afrikaanse landen. De Noord Afrikaanse migrant is dus in de ogen van de buitenwereld Marokkaan, Algerijn of zelfs Tunesiër ... Daarnaast is een groet aantal hiervan tot Franse staatsburger genaturaliseerd. Het Juridische aspect van de nationaliteit maakt het onmogelijk deze linguïstische gemeenschap als geheel te herkennen. Daarnaast moet men ervan uitgaan dat de volkstellingen in Frankrijk zelden de moedertaal van ondervraagden als criterium hanteren. Om deze reden is het niet makkelijk een cijfer te geven aangaande het aantal migranten in Frankrijk dat Tamazight spreekt.

    De archieven van de thuislanden inzake deze kwestie geven daar ook geen antwoord op. De administratie van elke regio binnen hetzelfde land (departement, regio, provincie…) is in de loop van de tijd veranderd. Daardoor zijn de gegevens over Marokkaanse en Algerijnse ondervraagden niet geheel compleet. De regionen, departementen en provincies hebben in deze landen verschillende veranderingen ondergaan zoals herindelingen. Maar vooral zijn deze departementen en provincies niet altijd, linguïstisch gezien, homogeen. De ex-Wilaya (provincie) van Setif (stad in Algerije) bijvoorbeeld bevatte de Amazightalig Kleine Kabylië en een ander zeer groet Arabischtalig gebied. Een andere benadering van de kwestie is zonder twijfel nodig waarbij men het hele land per regio moet bestuderen om het aantal naar Europa geïmmigreerd Amazightalige Noord Afrikanen naar juiste waarde te kunnen schatten. Dit geldt uiteraard ook voor grensgebieden tussen de Noord Afrikaanse landen.

    Men moet er van uitgaan dat in Frankrijk, voor een lange tijd, de Noord Afrikaanse migranten vrijwel altijd arbeiders waren geweest. De gezinshereniging is een betrekkelijk recent fenomeen die vanaf de jaren zestig steeds belangrijker werd. Frankrijk, in de ogen van de werkgevers maar ook in de sociale wetenschappen duidt over het algemeen deze categorie migranten aan als Homo Oeconomicus. De migrant is dus in dit geval iemand dat van het ene naar het andere land vertrekt om er werk te zoeken. De juridische en economische literatuur inzake deze migranten is dan ook in overvloed. De culturele en linguïstische aspecten van de Noord Afrikaanse migratie zijn echter, tot kort geleden, om deze reden zelden onderzocht. Er kwam er pas verandering in toen men zich met de integratievraagstukken van deze gemeenschap in Frankrijk ging bemoeien.

    Het aantal Amazightalige Noord Afrikanen is dus moeilijk te schatten. Men kan hooguit naar het aantal gissen. Wat meer zekerheid biedt is echter het feit dat de Noord Afrikaanse migratie naar Frankrijk (en Europa over het algemeen) in haar beginfase grotendeels uit Imazighen bestond. Dit verschijnsel geldt zowel voor Algerije als voor Marokko: de traditionele gebieden van de migratie in Noord Afrika zijn: Kabylië (noord oost Algerije) en Sous (zuid Marokko). Andere Amazightalige gebieden zijn: Aurès (oost Algerije) en Rif (noord oost Marokko).

    Imazighen uit Algerije:

    De eerst Amazightalige Algerijnen kwamen hoofdzakelijk uit de provincie Kabylië. De migratiegolf kwam direct op gang na het neerslaan van de opstand van 1671 door het voormalige koloniale bewind. Maar het werd pas van betekenis bij het begin van deze eeuw. Ook in het verte verleden waren er altijd Amazightalige gebieden die een traditie kenden van migratie. Door handelsactiviteiten en loonarbeid waren bijvoorbeeld veel Kabyliërs voor het jaar 1830 in Algiers terechtgekomen. Veel handwerklieden en arbeiders in de Ottomaanse ateliers waren Kabyliërs. In Kabylië zelf is van oudsher sprake van een onevenwichtige groei aangaande de economische activiteiten en de bevolkingsgroei. Dit is het geval in de meest Amazightalige gebieden in Noord Afrika waar de landbouwactiviteit niet in staat is deze dichtbevolkte gebieden van levensbehoeften te kunnen voorzien. De landbouw wordt meestal in arm bergachtige gebieden bedreven. Het Franse kolonialisme heeft de basis van de traditionele economie, ontregeld. De toename van de bevolking, de ineenstorting van de oude ambachten en de terugloop vanaf 1871 door landonteigening van de winst uit de exploitatie van de grond, hebben veel Kabyliërs doen verhuizen naar andere gebieden om daar hun kost te verdienen. Ook zijn er andere oorzaken te noemen: veel Kabyliërs waren in dienst van het koloniale leger met name in de expedities van Madagaskar en Marokko. De verschijning van de eerste Franse scholen en de leerplicht vanaf 1885, waren daar ook een oorzaak van. De scholing bleef ondanks de leerplicht heel lang zonder succes. Maar weinig mensen konden het volgen…Men kan dus gerust zeggen dat al deze factoren de migratie van veel Kabyliërs naar andere gebieden hebben bevorderd.

    In 1913 waren er al ongeveer 13 000 Algerijnen in Frankrijk waarvan 10 000 uit Kabylië afkomstig waren. De Franse werkgevers viel al heel snel deze arbeidskracht op die makkelijk en werklustig was. Daarnaast bracht men in 1906 -1907 veel Kabyliërs naar Frankrijk om de stakingen van arbeiders (olie en zeepfabrieken) in Marseille neer te slaan. De Eerste Wereld Oorlog bracht ook mobilisatie met zich mee en daarmee de behoefte om de naar hel front vertrokken Franse arbeiders te vervangen. Tijdens deze oorlog werden er in Frankrijk 240 000 Algerijnen geplaatst. Vanaf 1920 zouden ook Arabischtalige Algerijnen naar Frankrijk emigreren.

    Hun aantal zal het jaar 1954 ongeveer 212 000 bereiken waarvan de helft uit Kabylië afkomstig is: ongeveer 120 000. Na de onafhankelijkheid van Algerije zal de migratie weer toenemen: in 1961 was het ongeveer 350 000 en zal in 1975 ongeveer 900 000 zielen tellen. De Algerijns Franse verdragen maakten het in 1973 en 1974 onmogelijk langer naar Frakrijk te emigreren. In deze periode waren er minder nieuwe migranten aangekomen. Maar deze daling zal ook verklaard worden door het feit dat vanaf 1963 de in Frankrijk geboren kinderen automatisch genaturaliseerd worden.

    Na 1962 zouden de Algerijnse migranten in Frankrijk steeds minder Amazightalig worden. De Kabyliërs verlaten hun provincie om zich in andere steden van Algerije zelf te vestigen zoals in Algiers, de hoofdstad. Kabylië raakt ontvolkt maar de vertrokken Kabyliërs werden door nieuwe Amazightalige Algerijnen vervangen. Er was ook behoefte aan arbeidskracht en het zijn de arbeiders uit de aangrenzende Aurès die in deze behoefte gaan voorzien.

    Naast deze Kabyliërs van het eerste uur moet men nog een aantal toevoegen van Fransen met een Amazigh achtergrond die reeds voor de onafhankelijkheid de Franse nationaliteit hadden. Het gaat hier meestal om functionarissen en soldaten in dienst van het koloniale bewind. In totaal zou dus het aantal Algerijnse migranten tegenwoordig 1.5 miljoen personen (800 000 met een Algerijnse nationaliteit en de rest met een Franse). Het aantal Amazightalig Algerijnen zou dus ongeveer 500 000 kunnen zijn waarvan de mesten uit Kabylië afkomstig zijn.

    Imazighen uit Marokko

    Ook Marokko kent zijn gebieden met een oude en belangrijke traditie van migratie. De provincie Sous (zuiden), Rif (noord oosten) zijn hier voorbeelden van. Deze migratie heeft meestal een voorgeschiedenis en is gedurende het kolonialisme sterk toegenomen. De Marokkaanse migranten gingen eerst richting Algerije (Oran en omgeving). In 1940 waren er al tussen 40 en 50 000 Marokkanen in Algerije. Het waren over het algemeen Riffijnen. De Chleuhs uit Sous zullen kort daarna, vanaf 1945, richting Frankrijk vertrekken en zal hun aantal na de onafhankelijkheid van Marokko toenemen. Vanaf 1960 zal het aantal Marokkaanse migranten 240 000 naderen.

    Hoewel de Marokkaanse migranten in Frankrijk soms ook uit Arabischtalige steden en vlakten afkomstig zijn, zijn het vooral de Amazightalige gebieden die de belangrijke stroom heeft geleverd (meer dan de helft van alle Marokkanen). Alleen al het aantal Riffijnen bereikte in het jaar 1975 ongeveer 100 000 waarvan het merendeel in Frankrijk, België, Nederland en Duitsland was neergestreken. Men kan dus gerust stellen dat de Amazightaligen minstens 50% uitmaken van de Marokkaanse migranten in Frankrijk, dat wil zeggen ongeveer 210 000 personen aldus de statistieken van 1981.

    Men kan hieruit concluderen dat het aantal Amazightalig Noord Afrikanen in Frankrijk ongeveer een derde van alle buitenlanders is: 700 000 van Algerijnse oorsprong en 210 00 uit Marokko. Deze cijfers zijn enigszins betrouwbaar. Twee feiten bevestigen deze conclusie: het feit dat de Noord Afrikaanse migranten van oudsher uit Amazightalig gebieden afkomstig zijn (Kabylië, Rif en Sous) en het feit dat het percentage van de Amazightalige bevolking zowel in Algerije als in Marokko redelijk hoog is: 25% a 30% in Algerije en 45% a 50% in Marokko. (Lees hieronder verder deel 2)
     
  3. Sociaal-culturele aspecten van de Amazigh identiteit in de migratielanden:

    Tot kort geleden leefden de Noord Afrikanen in Frankrijk met de bedoeling ooit definitief naar het thuisland terug te keren. Men leefde binnen de eigen gemeenschap en was men sterk op het land van herkomst georiënteerd. Dit was lange tijd, waarschijnlijk tot 1970, het geval. De migrantenfamilie was om het gezinshoofd gegroepeerd en hield vaak uitsluitend contact met mensen uit de eigen regio van herkomst. De Noord Afrikaanse arbeider had over het algemeen een hechte band met het thuisland waar hij nog vrouw, kinderen en familie heeft. Hij bezocht ze regelmatig tijdens zijn vakanties. Daarnaast speelde de afkomst een belangrijke rol in de groepsvorming: men houdt over het algemeen contact met mensen uit eigen familie, dorp of regio. Via netwerken van verzamel plaatsen en contactpersonen, gebaseerd op regionale en linguïstische afkomst, kan men zeggen dat de Noord Afrikanen de neiging hebben hun specifieke culturele eigenschappen te behouden en te versterken… Bouguessa (1981: 52) beschreef reeds dit fenomeen en de gevolgen ervan: isolement, marginalisatie op sociaal-economisch gebied en topografische afzondering. Het resultaat ervan is dat Imazighen in de meeste gevallen linguïstische en culturele eilanden vormen op Franse bodem.

    De manier van leven bij de meeste Noord Afrikanen bevordert over het algemeen de integratie niet of nauwelijks in andere samenlevingen. Men heeft eerder de neiging de familie-, dorp- en regionale banden te versterken. Dit heeft als gevolg dat men gefixeerd is op eigen gewoontes en normen om zichzelf en anderen van dezelfde oorsprong te kunnen herkennen: kleding, taal, gewoontes ... Het leven in een land als Frankrijk ver van de eigen vertrouwde omgeving versterkt alleen maar deze symbolen en worden ze daardoor volop beleeft (Messaoud en Gillette 976: 36, 103). Het leren van de Franse taal wordt tot het minimum gereduceerd. De communicatietaal onderling blijft de moedertaal, Tamazight Het verlies van de eigen identiteit wordt zelfs beoordeeld naar de graad waarmee men Frans spreekt. Dit geldt niet voor de Noord Afrikaanse intellectuelen. Deze hebben over het algemeen een ander soort verhouding met het thuisland.

    Deze manier van leven geldt zeker voor de oude generatie migranten als ook de enkelingen: geïsoleerde arbeiders. De gezinshereniging vanaf 1960 heeft dit verschijnsel alleen maar versterkt. Vrouwen die zich later bij het gezinshoofd toevoegden waren meestal afkomstig uit Amazightalig gebieden waar men slechts een taal spreekt: Tamazight. In de loop van een aantal decennia zijn er specifieke sociale en culturele structuren ontstaan die door de economische marginalisatie verder werden versterkt. De moedertaal bleef onder deze omstandigheden bestaan. De uitbuiting, de marginalisatie en de eigen specifieke culturele en linguïstische waarden hebben een soort besef van eigen identiteit aangewakkerd.

    Het is dus niet vreemd dat juist in Frankrijk van tussen 1920 en 1960 de kiem was ontstaan van het moderne Noord Afrikaans nationalisme. Ook de Amazigh politieke en culturele beweging in Kabylië van vooral na de onafhankelijkheid was daar ontstaan. Praktisch alle radicaal nationalistische bewegingen van Algerije zijn in Frankrijk geboren. De kaders en de geestelijke leiders hiervan zijn meestal Kabyliërs: L’Etoile Nord Africaine (Noord Afrikaanse Ster) uit 1926 en Parti du Peuple Algérien (Algerijnse Volkspartij) uit 1937.

    De veranderingen van de laatste decennia zijn echter het werk van de nieuwe generaties die in Frankrijk veel minder waarde hechten aan de moedertaal, Tamazight, als steunpilaar voor hun identiteit. Leven in het buitenland bevordert in werkelijkheid het behoud van de moedertaal niet. Wel bevordert de migratie in de meeste gevallen het besef van eigen identiteit. De uiterlijke kenmerken van de identiteit zoals het verlies van de moedertaal zeggen dus in feite niet zoveel. Juist omdat men beseft dat de moedertaal langzamerhand verdwijnt dat het besef van eigen identiteit sterker wordt.

    Daarnaast zijn er andere factoren. In de Franse samenleving is er werkelijk sprake van een diep geworteld anti-Arabische racisme. Het benadrukken van de eigen Amazigh identiteit is in dit verband een uiting om zich te ontplooien. In de Westerse verbeelding en in Frankrijk in het bijzonder is het imago van de Amazigh (Le Berbère) positief. Dit gegeven schijnt een belangrijke rol te spelen bij met name de nieuwe generaties in de sociaal-economische mobiliteit. Ook meisjes en vrouwen zijn hier bijzonder bewust van. Ze zien hun Amazigh identiteit zowel een teken van hun authentieke oorsprong dat herwaardeerd wordt als een bevestiging om zich van de Arabische tradities te distantiëren die over het algemeen symbool staan voor de onderdrukking van de vrouw.

    Zowel in de migratielanden als in Noord Afrika, blijven de Kabyliërs de meest actieve Berbers in het behoud en de promotie van de Amazigh identiteit. Imazighen uit Chaouia en Aurès, twee Amazightalige gebieden buiten Kabylië, zijn hier inbegrepen. In Marokko schijnt dit verschijnsel, althans in het openbare leven, nog niet echt nadrukkelijk aanwezig te zijn. De intellectuelen vormen hierin een uitzondering. En daar zijn verschillende oorzaken voor. De Kabyliërs zijn het meest actief omdat zij sinds het begin van de Noord Afrikaanse migratie naar Europa, Frankrijk in het bijzonder, de grootste Amazigh concentratie vormen. De aanwezigheid in dat land van een belangrijk intellectuele elite heeft een grote rol gespeeld bij hun vorming en hun politieke bewustwording… Het politieke bewustzijn bij de Kabyliërs is heel vroeg begonnen en is daarmee een uniek geval in heel Noord Afrika. Maar daarmee is nog niet alles gezegd. De negatieve houding van de Algerijnse Staat, na de onafhankelijkheid, ten opzichte van de linguïstische en culturele rechten van Imazighen heeft een belangrijke rol gespeeld bij veel Kabyliërs om actief hun taal en cultuur te verdedigen.


    De migratielanden als thuisbasis van de ontwikkeling van de Amazigh identiteit:

    De crisis van 1948-1949:

    Tegen de tijd dat het Algerijnse nationalisme zijn hoogte punt bereikte, 1945-1950, was er al in Kabylië (maar ook in andere plaatsen waarde Kabyliërs wonen zoals Algiers en Frankrijk) een sterk gevoel voor eigen identiteit. In deze tijd waren de Algerijnse Volkspartij (PPA) en het MTLD (Mouvement des Travailleurs Libérale et Démocratique) zeer populair bij de Kabyliërs. Onder leiding van jonge Amazigh militanten binnen deze twee politieke partijen, begon men openlijk over de plaats van de Amazigh taal en cultuur in de toekomst van Algerije te spreken. Dit leidde tot wrijving met de andere Arabisch georiënteerde vleugel binnen de Algerijnse nationalisten met het resultaat dat deze periode bekend werd onder naam van “La crise Berbère†(de Berberse crisis). Veel details over deze periode zijn nog niet geheel duidelijk. Maar recent onderzoek (Harbi, Aït-Ahmed, Carlier, Ouerdane ...) bevestigen allemaal het volgende:

    De crisis heeft een Algerijns Anti-Amazigh nationalisme, anti-intellectualisme en autoritarisme versterkt.
    De crisis heeft de provincie Kabylië in rep en roer gebracht maar ook de Algerijnse gemeenschap in Frankrijk waar de Federatie (van Algerijnse migranten) maanden lang het toneel was van hevige discussies tussen de Amazigh activisten en hun tegenstanders. De Amazigh vleugel was er praktisch in geslaagd de Federatie onder controle te krijgen: einde 1948 stemden 28 van de 32 leden van de Federale Raad voor het adopteren van de voorstellen van Imazighen (Bron: Aït-Ahmed, 1983: 179).
    Ondanks alle beschuldigingen aan het adres van Imazighen in die tijd is overduidelijk dat zij een grote invloed genoten bij de bevolking in met name Kabylië en in Frankrijk onder de arbeiders. De twee gebieden waar toch al het gevoel voor eigen identiteit erg stek was geweest… De inspanningen van Amazigh militanten binnen de Algerijnse nationalisten zou nooit zover gekomen zijn zonder de steun van een grote aanhang onder de bevolking. De militanten (les Berbéristes) van de jaren 1948 -1949 waren niet zo maar “een groepje geïsoleerde intellectuelen†zonder enige Sociale steun zoals de officiële geschiedenis van het and wil doen geloven.

    Na de onafhankelijkheid, 1962-1 980: de vlucht naar het buitenland

    Na enige onderbreking door de onafhankelijkheidsoorlog tegen Frankrijk, pakten de militanten de draad in 1965 op. Nieuwe groepen en personen kwamen naar voren in de strijd om erkenning van de taal en de cultuur. De totale uitsluiting in Algerije heeft ervoor gezorgd dat de meest actieve militanten de wijk genomen hebben naar Parijs. Frankrijk bleef sindsdien de basis voor de literaire, wetenschappelijke en artistieke productie inzake Tamazight taal en Cultuur.

    Ondanks de onderdrukking werd er ook geregeld in Kabylië enige activiteit ontplooid. Dit komt voornamelijk door het feit dat de dictatuur er niet was in geslaagd de volledige controle uit te oefenen op Algerijnse samenleving. Aan de ene kant kon men altijd op steun rekenen van Imazighen in het buitenland. Het drukke verkeer tussen Algerije en Frankrijk heeft er voor gezorgd dat de uitwisselingen tussen het thuisland en de migranten in Frankrijk effectief werden. Aan de andere kant gebruikte men muziek als middel om de taal en Cultuur levendig te houden. Het gezongen woord kon deels de greep van de wettelijke beperkingen ontwijken.

    Het werk van de elite in de migratielanden: taal en cultuur

    Geëngageerd muziek:

    Tot de verschijning van moderne hulpmiddelen, kende Noord Afrika een lange Amazigh muzikale traditie. Deze was altijd oraal geweest en bleef het ook toen men overging op radio, LP’s, cassettebandjes… Het produceren en verspreiden van muziek was toch al niet erg moeilijk in Noord Afrika zelf ondanks censuur en restricties. De Staat heeft eenvoudig de middelen niet om een strikt controle op de inhoud van de productie uit te oefenen. Dit is steeds meet het geval. In een land waar muziek nogal lichtelijk als “folklore†of “chanson de variété†gezien wordt, hadden de autoriteiten lange tijd de impact en de betekenis van muziek onderschat, Op sociaal-cultureel gebied is dit een grote misvatting want de moderne Amazigh muziek uit Kabylië b.v. heeft een belangrijke rol gespeeld in de bewustwording van de eigen identiteit en het behoud ervan. Via muziek heeft het bewustzijn van eigen identiteit een breed publiek bereikt en daarmee een stevige basis gelegd voor het opkomen voor de linguïstische en culturele rechten. En dat is juist de voortzetting van wat ooit kleinschalig was begonnen door een klein groepje intellectuelen. Cassettebandjes hebben zonder meer een revolutionaire rol gespeeld in de strijd om erkenning.

    Al heel vroeg was er sprake in de Kabylische muziek van enige kritiek op maatschappij en mentaliteit. De muziek van Slimane Azerm was met een voorbeeld van. Dit was echter discreet en voorzichtig. Openlijk protest is tegenwoordig steeds meer het onderwerp van de moderne muzikanten als Idir, Ait-Menguellet, Ferhat…De migratielanden zijn de thuisbasis van ontwikkeling ervan. Immers daar zijn neer mogelijkheden dan in Noord Afrika: een breed publiek, platenmaatschappijen - zowel commercieel als non-profit - technische voorzieningen ... Dit alles heeft de moderne muziek geholpen zich te ontwikkelen en een internationaal publiek te bereiken. Daardoor heeft ze haar autonomie kunnen behouden ten opzichte van de dominante ideologie in het thuisland. Praktisch alle grote zangers uit Kabylië hebben hun eerste albums in Prakrijk uitgebracht.

    In de migratielanden is er dus een gunstig klimaat voor de muziek waar ze professioneler was geworden. Zowel in haar vorm als in haar onderwerpen is ze nauw betrokken bij de dynamiek van de Amazigh emancipatiebeweging.

    Naast het moderne lied is er ook nog do zang. Het werk van de Zangeres Taos Amrouche is in dit verband symbolisch. Dankzij haar albums en de vele gala’s die zij in Frankrijk heeft gegeven, heeft de traditionele Kabylische zang wereldwijd bekendheid gekregen.

    Sinds de jaren tachtig zijn er veel particuliere radiozenders die het toenmalige Radio van Kabylië doen vergeten. Deze, ORTF geheten, heeft ook altijd, tot de afschaffing ervan in 1972, de Amazigh taal en cultuur verdedigd en verspreid. In Frankrijk is de radio het middel bij uitstek om de muziek voor het grote publiek toegankelijk te maken. Dit is niet alleen in Parijs het geval. Ook in andere grote steden zoals Marseille en Lyon zijn er radiozenders actief. (Lees verder deel 3)
     
  4. De Amazigh publicaties

    De controle van de Algerijnse Staat op muziek was weliswaar gebrekkig maar dat geldt zeker niet voor het geschreven woord. Een absolute en directe controle op alle publicaties, tijdschriften en kranten was altijd een onderdeel van monopolie van de Staat geweest. Met uitzondering van een zeer kleine groep particuliere uitgevers die in de laatste jaren op de markt actief is, blijft de Staat de grote eigenaar en dus ook daarmee de enige beslisser inzake de productie en de distributie van het geschreven woord in het land… Enige –legale- productie in Tamazight is in Algerije bijna ondenkbaar.

    De hoofdstad van het land kende een oude traditie op dit gebied. Veel werken in en over Tamazight bleven daar verschijnen tot de onafhankelijkheid van het land. Kort daarna heeft men er een abrupt einde aan gemaakt. Alle publicaties die na 1962 zijn verschenen werden in Frankrijk tot stand gebracht. De Amazigh schrijver M. Mammeri (1917-1989) heeft zijn werk hij Maspero laten drukken (1969, 1976, 1980). Alle productie inzake taalwetenschap, pedagogiek en literatuur is in Frankrijk gedrukt. Het bestaan van een Amazigh verenigingsleven en talloze activiteiten op universitair niveau aldaar hebben een belangrijke rol gespeeld.

    Het uitgeven van boeken in en over Tamazight was in Frankrijk niet tot stand gekomen via de officiële kanalen. Toch heeft het een grote impact gehad op het thuisland waar veel vraag naar was. Het kleine boekje “initiation a écritue†(Inleiding tot het schrijven van Tamazight) van Ramdane Achab, gepubliceerd door de Vereniging Imedyazen, was naar verhouding een groot succes. Ironisch genoeg hebben veel jonge Imazighen hun eigen taal kunnen schrijven dankzij boeken die in het buiten zijn gedrukt.

    Het onderwijzen van de taal

    Praktisch alle groepen en culturele vereniging, hoewel vaak niet stabiel, vormden de belangrijke stuwende kracht achter het schrijven, propageren en onderwijzen van de taal. De meest tijdschriften en publicaties hebben een uitgesproken pedagogische dimensie gehad. Ze waren constant en effectief in het alfabetiseren van de Amazigh bevolking en het propageren van het schrift (zowel neo-Tifinagh als het Latijnse). Later werden er steeds meer cursussen opgezet speciaal voor niet-Amazightaligen.

    In 1973 begon de Universiteit van Parijs (Paris-VIII Vincennes) met het geven van lessen in de Amazigh taal en Cultuur. Direct daarna werd “Groupe d’études berbères†(Amazigh Studiegroep) opgericht. In hetzelfde jaar werd een voorbereidende opleiding in de taal gestart om als keuzevak te dienen op de Baccalaureaat (eind examen). Deze opleiding werd aan het lyceum Honoré de Balzac te Parijs gegeven. In 1978 waren er reeds acht georganiseerde opleidingen in Tamazight in en rond Parijs, INALCO (Institut des Langues et Civilisations Orientales) en EPHE buiten beschouwing gelaten. Tegenwoordig (1989 vert.) zijn het ongeveer tien opleidingen. De cursussen worden meestal gegeven binnen het kader van universitaire activiteiten (Paris-VIII, Paris-III, Paris-VII), culturele verenigingen zoals Association de Culture Berbère, de Vereniging Abrid-a, in culturele centras en in buurthuizen van steden waar migranten in grote getallen wonen (St-Ouen, Créteil...)

    De vraag naar cursussen in Tamazight was ook groot op lagere scholen. Men kon echter daar bij gebrek aan kaders niet in voorzien. De vraag bleef zo groot dat er sinds 1983 een jaarlijkse stage werd georganiseerd om kaders te vormen. Dit wordt door een aantal verenigingen uit Parijs in samenwerking met Office des Migrants (Bureau voor Migranten) te Créteil aangeboden. In het schooljaar 1983-85 werd begonnen met een experiment aangaande het onderwijzen van deze taal op basisscholen in Parijs. Dit werd op Maryse Hilzs-school door ene Y. Djafri geleid.

    Actuele ontwikkelingen

    Na 1981 werden er in Frankrijk wetten uitgevaardigd inzake de legalisering van culturele verenigingen van migranten. Ook particuliere radiostations werden steeds meer getolereerd. De integratievraagstukken van minderheden in de Franse samenleving bracht met zich mee een tot dan toe weinig belicht probleem: culturele en linguïstische achtergronden van de migranten aldaar. Er was sprake van enige inspanning inzake het onderwijzen van talen van minderheden in Frankrijk. Dankzij dit gunstige klimaat zal de Amazigh taal en cultuur meer impuls krijgen.

    Een groot aantal culturele verenigingen en groepen zijn in steden als Marseille, Lyon, Roubaix, Toulouse, Saint-Etienne als gevolg hiervan ontslaan. De activiteiten bestaan meestal uit taalcursussen, het oprichten van een omroep of een Amazigh programma. Zo zijn er alleen al in Marseille via lokale zenders acht Amazigh programs te ontvangen.!

    Tekens van leven: Tamazight als keuzevak op de middelbare school

    Al heel lang kon men Tamazight volgens de voorschriften als keuzevak op middelbare scholen kiezen. Toch was het slechts mogelijk op universitaire centras van Parijs. Sinds 1985 werd het ook mogelijk in de Academie van Aix-Marseille. In datzelfde jaar, tijdens de eerste proef heb ik 14 kandidaten getentamineerd. In 1986 waren het al 42. In mei 1987, 52 en 1988, 70, In Parijs zijn de cijfers veel meer relevant. In 1978 en 1979, het jaar dat ik tentamens in centras van Parijs moest afnemen, had ik respectievelijk 30 en 40 kandidaten. In 1987 was het al 544.! Op nationaal niveau is Tamazight, na het Occitaans, het Bretons en het Alzaans , de meest gevraagde taal als mondelinge keuzevak op middelbare scholen.

    Vergelijkbare feiten zijn te constateren op universitair niveau, Opleidingen omtrent Tamazight zijn op de universiteiten van Paris-III, Paris-VII en Aix verdubbeld. Sinds het starten ervan in 1981-82 worden ze regelmatig door een dertigtal studenten gevolgd.

    Al deze cijfers tonen aan dat de bloei van de Amazigh taal en Cultuur zeker geen teken is van een willekeurige drang naar authenticiteit nog naar een illusoire “folklorisatie†van de eigen identiteit. Het is eerder een werkelijkheid die diep verankerd is onder een deel van de Noord Afrikaanse migranten in Frankrijk: Imazighen. Het paradoxe is dat zelfs wanneer de verdedigers van deze taal erin slagen de officiële erkening ervan te verkrijgen en het onderwijzen ervan op Franse scholen te bewerkstelligen, dan zal nog steeds de vraag blijven of de Noord Afrikaanse Staten daadwerkelijk deze taal zullen erkennen.

    Kenmerken en ontwikkelingen in de migratielanden:

    Op het gebied van de Amazigh identiteit is er een enige diepgaand en constant samenhang tussen de ontwikkelingen in de migratielanden en het thuisland. Toch kan men constateren dat er enige tendens bestaat om op cultureel niveau enige autonomie te behouden ten aanzien van het land van herkomst. De gemeenschap die men tegenwoordig in eerste instantie in het buitenland beoogt is de gemeenschap direct betrokken bij de activiteiten ter plekke. De sporen van integratie van de in het buitenland verblijvende Imazighen is duidelijk zichtbaar. Het engagement krijgt meer en meer een cultureel karakter in plaats van een politieke zoals in de beginjaren. De gesprekspartner aangaande de linguïstische en culturele rechten is de overheid van het ontvangende land: Ministerie van onderwijs, Ministerie van Cultuur, gemeenten en provincies. Veel Amazigh maatschappelijk werkers hebben inmiddels de nationaliteit van het gastland. De banden met het thuisland worden steeds vaag. Men voelt zich niet meer op een directe manier betrokken bij de gebeurtenissen in het vaderland. Terwijl de oude haarden van het Amazigh activisme van voor 1980, Academie Berbère (Agraw Amazigh), GEB-Imedyazen (Amazigh Studiegroep Imedyazen) zichzelf als een in ballingschap actieve groep zien, richten de nieuwe generaties zich meer en meer op het land waar ze leven. Men kan hier over een soort “activisme van de tweede generatie†spreken. De Amazigh cultuur wordt daarmee een van de vele migrantenculturen die Frankrijk, en Europa, kent.

    Een aantal voorbeelden kunnen het beste deze tendens illustreren. In het schooljaar 1987 in Aix-Marseille, 45 van de 52 kandidaten voor het tentamen Tamazight als keuzevak op de MAVO, zijn in Frankrijk geboren en hebben ook de Franse nationaliteit. Het merendeel heeft niet meer dan twee keer in een tijdsbestek van 20 jaar het thuisland bezocht. Tientallen hebben het nooit eerder gezien. Slechts een van de kandidaten kon daadwerkelijk de Arabische taal beheersen (de enige officiële taal in Noord Afrika) Deze constateringen gelden ook voor de studenten op de universiteiten. De helft van alle studenten die jaarlijks Tamazight cursussen volgt is in Frankrijk geboren en heeft de Franse nationaliteit.

    Sinds 1945, vormt de migratie van Imazighen, m.n. de Kabyliërs, naar Frankrijk een dynamische factor in het herwaarderen, het behouden en het versterken van de Amazigh identiteit. De migratie heeft een belangrijke rol gespeeld in het propageren van het schrift, het ontstaan van een moderne literatuur en het professionaliseren van een moderne muziek van protest. Dit is het geval in de laatste twintig jaren. Daarnaast is de aanwezigheid van een grote groep Imazighen in het buitenland van groot belang: het gebruik van de media om de aandacht te vestigen op de onderdrukte taal en cultuur en daarmee de aandacht van de intellectuele, culturele en internationale opinie in het Westen te trekken.

    Sinds de onafhankelijkheid vormt Frankrijk voor de Amazigh migranten het land bijuitstek waar zij ideeën, informatie, pedagogische en linguïstische experimenten propageren en uitvoeren. De directe oorzaak hiervan is de officiële ontkenning van hun identiteit in Noord Afrika. Het buitenland werd dus de enige plaats waar zij hun identiteit vrijelijk kunnen beleven ver van elke vorm van onderdrukking.

    Vertaling uit het Frans: H. Amouch
     

Deel Deze Pagina