Si Mohand u Mhand: een vergeten dichter uit de 19de eeuw

Salima 11 mei 2011

  1. Dit is mijn gedicht

    Het is mooi en lelijk tegelijk

    Laat de mensen het horen

    En zal schrijven wie het wil

    Alléén God is barmhartig


    Si Mohand u Mhand (1840-1906)

    Weinig mensen schijnen Si Mohand u Mhand te kennen. Zijn naam komt niet vaak voor in de boeken over de Berber poëzie. Saïd Boulifa (1865-1930) was één van de weinigen die over hem schreven. In zijn verhandeling “Recueil de poésie Kabyle†citeerde hij enkele van zijn gedichten. Si Mohand was niet zomaar een dichter. Hij had meer verschillen dan overeenkomsten met wat we onder dichters verstaan. Zo heeft hij b.v. het grootste gedeelte van zijn poëzie nooit op papier gezet hoewel hij wel kon lezen en schrijven.

    Hij groeide op in een tijd waar de Europese penetratie in Noord-Afrika steeds zichtbaarder werd. In 1830 namen de Fransen de stad Algiers in. Een groot aantal westerlingen vestigde zich in de stad en in de omgeving. Een nieuwe manier van leven werd geïntroduceerd. Autochtonen konden kennis maken met nieuwe ideeën via school, boeken en tijdschriften. Maar de kolonisatie had ook nare verrassingen met zich mee gebracht. Boeren op vruchtbare akkers werden uit hun grond verdreven. Oude structuren en tradities brokkelden langzaam af. Horde mensen verjaagd door honger en ellende kwamen zich in de rand van de steden vestigen.

    Si Mohand u Mhand zou in het jaar 1840 in Tizi-Rached zijn geboren. Voor het jaar 1890 was er namelijk nog geen betrouwbaar bevolkingsregister. Zijn familie, Aït Hamidouche was een bekend boerenfamilie in Kabylië, het Noord Oosten van Algerije. De familie raakte ook haar vruchtbare grond kwijt als gevolg van een opstand tegen de Fransen in 1871. Belangrijke kopstukken van deze opstand onder wie Mohand Ameziane, de vader van de dichter, zouden naar Nieuwe Caledonië in de Stille Oceaan gedeporteerd worden. Al snel raakte de familie over verschillende werelddelen verspreid. Armoede en werkeloosheid dreef sommige leden naar het oosten richting Tunesië. Anderen vertrokken westwaarts naar de steden. Ook Si Mohand, nog jong en zonder bestaansmiddelen, verkoos de ballingschap. In zijn vroege gedichten zegt hij hierover:



    Van Larba tot Adeni (plaatsnamen)

    Heb ik afscheid genomen

    Van iedereen die het verdient

    En iedereen die ik ken

    Maar aan niemand heb ik de reden

    Van mijn vertrek onthuld

    Voor mensen zoals ik

    Heb ik niets te verbergen

    Hun wrede lot heeft mij ook getroffen.


    Si Mohand zou zijn leven lang een zwerver blijven. Al wandelend met zijn stok en zijn eeuwige pijp, liep hij van dorp naar dorp en van stad naar stad. Soms ging hij te voet naar Tunesië om zijn familie te bezoeken. Hij bezocht vooral oude kennissen uit zijn vroege omgeving die ook naar betere oorden waren vetrokken. Hij was geliefd bij de boeren, arbeiders en mijnwerkers. Zijn poëzie bestaat uit korte verzen genaamd Isefra (enkelvoud: Asefru. In Rif is dit te vergelijken met Izli / Izlan). Er zijn er enkele honderden van overgebleven. Boulifa, zijn biograaf schrijft over hem rond het jaar 1900:

    “Hij is een man van boven de zestig. Hij is het prototype van de zwervende dichter. In tegenstelling tot andere dichters zingt hij niet in het openbaar. Hij zingt ook niet in Moorse cafés. Hij houdt van ruimte en vrijheid. Hij gaat naar daar waar zijn benen hem nemen. En als de oord of het landschap hem bevalt, blijft hij dan even om er wat verzen over te componeren. Zijn poëzie is simpel en treffend. Hij wandelt van noord naar zuid en van oost naar west. Hij bezocht heel Algerije en een deel van Tunesië. Overal waar men hem herkent wordt hij met open armen ontvangen. De jeugd schijnt hem erg leuk te vinden. Hij kent hun kwalen en hun eenzaamheid ver weg van hun familie. Hij weet hun eenzaamheid in enkele verzen te verwoorden. Gezien het genre poëzie die hij maakt mogen wij hem zonder twijfel de dichter van de liefde noemen.â€

    Door zijn zwervend bestaan werd Si Mohand lange tijd en tot ver na zijn dood met legenden omgeven. Zo vertelt men dat hij ooit een heilige man ging opzoeken. Deze mysticus leefde ver van de bewoonde wereld. Hij had een reputatie van een dichter met grote smaak. Hij vroeg ooit Si Mohand enkele gedichten voor te dragen. Deze, goed op de hoogte van de reputatie van zijn gastheer, verontschuldigde zich. Na lang aandringen gaf Si Mohand toch toe en citeerde enkele verzen. Na enige bestudering verklaarde de heilige man: “Jij zult ver weg van je geboortestreek sterven.†Si Mohand antwoordde: “Ja, ik weet het. Ik zal sterven in Asqif n Temana.†Si Mohand stierf inderdaad in 1906 in Asqif n Temana.

    Het volgende is een selectie uit zijn gedichten. Een uitgebreid corpus is terug te lezen in: Mouloud Feraoun: Les poèmes de Si Mohand u Mhand. Edition bilingue. Ed. Minuit. Paris, 1960.



    Mijn Hart

    Zie daar, mijn hart

    Huilend van pijn en verdriet

    De bergen schudden

    Van het wrede lot dat mijn land treft

    En liefde is mijn passie

    Maar ik heb geen geluk

    Als God barmhartig is

    Waarom zijn wij dan

    Niet gelukkig?





    De kwelgeest

    Geen genade voor mijn kwelgeesten

    Mijn hart is het graf

    Van de pijn die ze me aandoen

    Mijn krachten nemen af

    En ben toch zo jong

    Liefde heeft mij verblind

    Ik ben in het ongeluk gestapt

    Maar weet niet van opgeven


    Vertrek

    Ik zweer het bij God

    Van Tizi-Ouzou tot Afkadou*

    Dat niemand mij de wet voorschrijft

    Liever doodgaan

    Dan leven in de slavernij

    Als ballingschap mijn lot is

    Laat me dan vertrekken

    Uit dit verloren land

    Waar zwijnen regeren

    * Tizi-Ouzou en Afkadou, twee plaatsnamen.



    De tuin

    Ik had ooit een tuin zonder weerga

    Er groeide van alles en nog veel meer

    Met Gods hulp gezegend was ik

    Een hoge muur was de omtrek

    Die was hoog met toch ook bewakers

    Die nooit hun ogen dicht doen

    Maar nu ik oud en lelijk ben

    Storm en wind raast over mijn tuin

    Ver weg is de schoonheid

    Ver weg is mijn oude tuin



    Het feest

    O mijn hart, het geduld is op

    En ik kan het niet behelpen

    Op deze eerste dag van L3id*

    Daalt God op aarde neer

    En verlicht de huizen van hen

    Die Hem weten te vinden

    Maar wij zitten aan de grond

    In gezelschap van een fles wijn

    Wij met zijn tweeën, mijn hart en ik

    * Feestdag



    Ik ben bang

    Ik ben bang voor deze eeuw

    Wijze mensen hebben ons verlaten

    En wij blijven achter en alléén

    Temidden van leugenaars

    God is barmhartig maar kan niet veel

    Ieder heeft zijn eigen passie

    Ik heb ook de mijne

    Die leidt naar de ondergang

    Als niemand iets doet
     

Deel Deze Pagina