Tetouan (Algemene Informatie)

Samir 17 mei 2011

  1. Samir

    Samir Viva Real Madrid Populair

    10.608
    117
    0
    Algemeen

    Tétouan (van het Berbers: Tittawen wat letterlijk de ogen en figuurlijk de bronnen betekent (zie de Tunesische stad Tataouine)) is de hoofdstad van de gelijknamige prefectuur Tétouan in het noorden van Marokko en het culturele centrum van de regio Tanger-Tétouan. Tétouan heeft 320.539 inwoners (2004[1]).
    De stad ligt ongeveer 60 kilometer ten oosten van de stad Tanger en ook niet ver van Ceuta en de Straat van Gibraltar. Zij bevindt zich in het uiterste noorden van het Rifgebergte. In het zuiden en westen van de stad zijn bergen.
     
  2. Samir

    Samir Viva Real Madrid Populair

    10.608
    117
    0
    Geschiedenis van Tétouan

    De stad kent haar oorsprong in de stichting van het nabij gelegen Tamuda in de 3e eeuw voor Christus door de Mauretaniërs. Onder de Romeinen zou het zich ontwikkelen tot een van de grootste steden van Noord-Afrika. De regio wordt sinds de vroege Middeleeuwen bevolkt door de Ghomara Berberstammen. Hoewel tegenwoordig de meeste de Arabische taal hebben overgenomen, spreekt een kleine minderheid nog het Ghomara Berbers[2].
    De stad Tétouan werd in 1305 gesticht door de Berberse Meriniden sultan Abou Tabit. Het diende als basis voor uitvallen naar Ceuta, dat kort daarvoor bezet was door Uthman ibn Idris, een door de Nasriden van Spanje gesteunde troonpretendent. De bezienswaardige en uitgestrekte medina van Tétouan draagt nog zichtbaar de stempel van de middeleeuwse Moors-Andalusische architectuur, terwijl het nieuwe stadsdeel er al bijna Zuid-Europees uitziet. In 1399 werd de stad, die een toevluchtsoord voor piraten was geworden, door de Spanjaarden verwoest onder leiding van de Castiliaanse koning Hendrik III.
    Na 1492 werd de stad echter weer opgebouwd door Moren en Joden die vanwege de inquisitie uit Granada waren gevlucht. De moslims wreekten zich op de christenen door een kapersoorlog te beginnen tegen de Spaanse koning Fillips II, wat in 1565 aanleiding was om de haven van Tétouan te verwoesten. Deze werd pas in de 17e eeuw door sultan Moulay Ismael hersteld. Tétouan kende van oudsher een grote Joodse gemeenschap, net als Fez, Rabat en Meknes, waarvan de sporen nog te zien zijn in de oude medina. Na de Holocaust in Europa vertrokken de Joden in groten getale naar Israël.
    In 1913 werd Tétouan de hoofdstad van Spaans-Marokko, het door Spanje gekolonialiseerde deel van Marokko, en bleef dit tot 1921. De stad Tétouan werd heroverd in 1921 en in 1927 werd ze door Spanje bezet tot 1956. Veel mensen spreken hier nog Spaans. Ook op straatnaamborden staan nog altijd vaak namen zowel in het Arabisch als in het Spaans aangegeven. Sinds de onafhankelijkheid (1956) is Tétouan het bestuurscentrum van de gelijknamige prefectuur.
    Tétouan is door de jaren heen zowel geliefd als gehaat door het bestuurlijk wezen in Marokko. Geliefd vanwege de mooie kust waar tal van belangrijke overheidslieden vakantieresidenties lieten bouwen. Gehaat vanwege onder andere de volksopstand van 1984, die in Tétouan en Casablanca bloedig werd neergeslagen door de handhavende macht. De privatiseringen en de afschaffing van sociale toelagen bijvoorbeeld waren een harde slag voor het levensniveau van de werkende massa, zowel op het land als in de steden.
    Ook heeft er in 1972 een aanslag op het leven van wijlen koning Hassan II plaatsgevonden in het luchtruim boven Tétouan. Het vliegtuig van de koning werd door twee van de hem begeleidende vliegtuigen van de Marokkaanse luchtmacht beschoten. Deze staatsgreep, waarbij straaljagers van de Koninklijke Marokkaanse luchtmacht het vuur openden op het vliegtuig van de koning toen hij op weg terug was naar Rabat, vond plaats op bevel van generaal Oufkir, in die tijd de rechterhand van de koning. De Marokkaanse media repten hier met geen woord over waardoor heel Marokko afstemde op met name de Algerijnse radio. Pas na drie dagen toonde het journaal van de Marokkaanse televisie beelden van de aankomst van de zojuist beschoten Hassan II op het vliegveld van Rabat, die als een robot langs de zijn handen kussende officials liep. De koning overleefde de aanslag destijds door zich via radiocontact met de hem beschietende vliegtuigen voor te doen als ´de boordwerktuigkundige´. Hij vertelde met verdraaide stem aan de piloten dat de koning dood zou zijn, en of ze de rest ´alsjeblieft wilden laten leven´. Waarna de beschieting stopte.
    De provincie Tétouan heeft ruim 370.000 duizend inwoners, en ligt in de Jebel, de westelijke uitloper van het Rifgebergte, aan de voet van de berg Darsa. De bevolking spreekt Darija (het Marokkaans-Arabisch dialect) maar kenmerkt zichzelf door een accent dat typerend is voor Noord-Marokko (Tanger, Chefchaouen, Asilah en Larache). Zo wordt er met een rollende R gesproken en wordt de letter K (diepe K vanuit de keel) dikwijls ingeslikt. De bevolking van Tetouan bestaat voornamelijk uit Riffijnen, veel mensen hebben er een Andalusische achtergrond. Er zijn nog steeds Tetouani families die Spaanse achternamen dragen. Dit zijn families die afstammen van de Moriscos, moslims die in 1609 door de Spanjaarden uit Spanje werden gezet richting Marokko. Verder wonen er ook nog talrijke families van Algerijnse origine, die zich in 1830 hebben gevestigd uit Oran. De meerderheid van Tetouan bestaat uit Jabala (of Jbala). Deze mensen stammen af van de stammen die rond Tetouan wonen, bijvoorbeeld Bni Aross, Ahl Sherif, Anjra, Bni Hozmar en Bni Akhmass. Tetouan wordt mede hierdoor ook gezien als de hoofdstad van de Jabala.
    Tussen Ceuta en Tétouan liggen enkele van de mooiste stranden van de Marokkaanse Middellandse Zeekust. Aan de zandstranden van Cabo-Negro, M’diq (Rinkon), Restinga Smir, Kasr Ramil, Marina Smir, Marina Beach, Kabilla, Al Amin en Almina staan zowel luxehotels als bungalowparken. Onder het bewind van de sinds 1999 aangetreden koning Mohammed VI (in de volksmond ook wel M6 genoemd) zijn er grote investeringen gedaan in Tétouan, dat een geliefd vakantieoord is voor de koning en zijn familie. Met name de infrastructuur is aanzienlijk verbeterd. Het straatbeeld in de zomermaanden (juli en augustus) verschilt aanzienlijk met hoe de stad er de rest van het jaar bijligt. In de zomer wordt Tétouan overspoeld door vakantiegangers uit Europa (met name Marokkaanse immigranten en hun kinderen en kleinkinderen) en door vakantiegangers uit Marokko zelf vanuit andere steden als Casablanca, Rabat en Fez. Wanneer de vakantiegangers weer zijn weggetrokken en de huizen weer leeg worden achtergelaten is Tétouan eigenlijk op zijn mooist. Schoon, rustig en groen.
    Een leuk feitje is dat de plaatselijke voetbalclub Moghreb Athletic Tétouan (MAT) het sinds een paar jaar erg goed doet in de Marokkaanse competitie, in elk geval aanzienlijk beter dan de andere Noord-Marokkaanse voetbalclubs. Tijdens de periode van het Spaanse protectoraat in het noorden van Marokko won Atlético Tetouán in 1950 de zuidelijke groep van de Segunda División en promoveerde daardoor naar de Primera División, de hoogste Spaanse divisie. Het seizoen 1950/1951 was het enige jaar op het hoogste niveau. Ook speelden er anno 2007 vier Nederlandse Marokkanen. Te weten Bilal El Yacoubi (ex-Ajax, -NAC Breda en -PSV), Bilal Chedidi (ex-FC Omniworld), Jamal Akachar (ex-Ajax en -Cambuur) en Jamal Dibi (ex-AZ, -Haarlem, -Telstar en -FC Omniworld).
     

Deel Deze Pagina