vraag & antwoord

tatouzint_4ever 8 feb 2011

  1. assalam ou 3aleikom

    ik zal hier inscha-allah alle vragen met antwoorden plaatsten, inscha-allah zullen jullie er wat aan hebben;)

    Vraag:
    Wat is het oordeel over het hand geven aan een niet-mahram vrouw volgens de vier islamitische leerscholen?

    Antwoord:
    Alle lof zij Allah:

    1. De leerschool van Imam aboe Haniefah:
    Ibn Nadjiem zegt:"het is niet toegestaan voor een man om het gezicht of de hand van een niet-mahram vrouw aan te raken, zelfs niet als het ontbreekt aan lustgevoelens."


    (Al-Bahroe Ar-Raa'iq boekdeel 8 blz. 219.)

    2. De leerschool van Imam Malik:
    Mohammed ibnoe Ahmad (cOelaich) zegt: "het is niet toegestaan voor een vreemde man om het gezicht of de hand van een vreemde vrouw aan te raken."


    (Minahoe Al-Djaliel sharhoe mokhtasar khaliel boekdeel 1 blz. 223.)

    3. De leerschool van Imam Shaaficie:
    Waliyyoe Ad-Dien Al-cIraaqi zegt: "onze geleerde vrienden hebben gezegd dat het niet toegestaan is om een vreemde vrouw aan te raken, zelfs niet op plaatsen die niet als cauwrah (intieme lichaamsdelen) worden beschouwd. Zoals het gezicht. Wel verschilden zij van mening over het kijken naar een vrouw zonder lustgevoelens en vrees voor het vervallen in fitnah. En het verbod op het aanraken van een vreemde vrouw is sterker dan het verbod op het kijken naar een vreemde vrouw. Er wordt alleen van dit oordeel afgeweken in geval van nood." (Tarh At-Tathrieb boekdeel 7 blz. 45-46)

    4. De leerschool van Imam Ahmad:
    Ibnoe Moeflieh zegt:"Imam Ahmad werd gevraagd over een man die een vreemde vrouw een hand geeft, waarna hij afwijzend antwoordde: ,,Niet doen." Toen vroeg ik :,,Mag hij haar dan een hand geven met tussenkomst van een stuk stof?" Toen zei hij:,, Nee." (Al-Adaab Ash-Sharciah boekdeel 2 blz. 257.)

    Ook heeft Al-Imam Ibnoe Taymiah gekozen voor het verbod op het hand geven aan een vreemde vrouw. Hij voerde hiervoor als bewijs het feit dat aanraken erger is dan kijken naar een vreemde vrouw
     
  2. Aan Shaykh Muhammad ibn Saalih al-'Uthaymeen (Rahimahullaah) werd het volgende gevraagd:

    De Nobele Sheikh werd gevraagd wat betreft de antwoorden van sommige van de mensen wanneer ze gevraagd worden: "Waar is Allah?" en wanneer zij dit beantwoordden met: "Allah is overal aanwezig." Of wanneer ze zeggen: "Hij is aanwezig." Is deze type van beantwoording correct in de algemene onbeperkte zin?

    Antwoord: "Dit antwoord is vals en het is niet correct, niet in de onbeperkte zin noch in de beperkte zin. Als een persoon gevraagd wordt: "Waar is Allah?" zou hij moeten antwoorden met: "Boven de Hemelen." Net zoals de vrouw de Profeet salallahu aleihi wa sallam beantwoordde toen hij salallahu aleihi wa sallam haar vroeg: "Waar is Allah?" En zij zei hierop: "Boven de Hemelen."

    Met betrekking tot degene die zegt: "Hij is aanwezig" en niet meer dan dit, dan is dit een vorm van het ontwijken van de vraag en een poging om er onder uit te komen. Wat betreft degene die zegt: "Waarlijk, Allah is overal", bedoelende dat Allah zelf letterlijk overal is, dan is dit ongeloof (kufr), omdat dit een ontkenning is van datgene wat bewezen is door de teksten. Sterker nog, het is zelfs ontkennen van de geregistreerde bewijzen, de intelectuele bewijzen en zelfs de natuurlijke geaardheid, dat ons ertoe brengt te geloven dat Allah, verheven is Hij, hoog boven alles is, en dat Hij verheven is boven de Hemelen, en verheven is boven Zijn Troon."
     
  3. Vraag: Is het toegestaan om met Amerikaanse families te wonen om zo profijt te maken van hun taal?

    Antwoord: Het is beter voor een moslim om bij moslims te gaan wonen, want het mixen met de ongelovigen wordt verderving voor gevreesd, en verzwakking van de persoonlijkheid ten aanzien van (religieuze) verplichtingen, en laksheid of luiheid ten opzichte van de Islaamitische verplichtingen en vrijwillige goede daden. Dus als een moslim zijn best doet om zich van hen af te zonderen, voor zover hij dat kan, is dat veiliger voor zijn geloof en beter voor zijn gedrag.

    Wanneer hij echter genoodzaakt is om met families te gaan wonen, dan moet hij met Islaamitische families gaan wonen, hij moet dan wel oppassen dat hij zichzelf niet afzondert met voor hem vreemde vrouwen. En het is niet toegestaan om met ongelovige families te gaan wonen waar er mannen en vrouwen zijn, want het is bekend dat er bij hen, blote vrouwen rond lopen en er niet gedacht wordt aan het bedekken van de 'awrah (eervolle lichaamsdelen), en hierin bevindt zich een geweldig grote fietnah (verderf), en dit is een oorzaak voor het ontstaan van ontucht en verderfelijke gedragingen.

    Er is geen noodzaak voor je om te mixen met Amerikaanse niet-moslim families of anderen, voor het verkrijgen van een taal-profijt, want er zijn andere manieren waarop je kan profiteren van de taal, zoals; de specifieke lessen, het converseren met de andere leerlingen in deze taal, zonder onder één dak met de ongelovige families te gaan wonenâ€Â¦

    En alle succes is bij Allaah, en zegeningen zij met onze Profeet Mohammed en zijn familie.

    Bron: Fatawa Islaamiyah, ad-Da'wah 1/90 door het Permanente Comité.
     
  4. Shaych al-Iemaam Mohammed ibn Saalih al-'Uthaymien

    Vraag: Een persoon die werkt met de ongelovigen, wat adviseert u hem?

    Antwoord: Wij adviseren de broer die met de ongelovigen werkt, om een werk te zoeken waarbij hij niet met de vijanden van Allaah en die van Zijn Profeet, van degenen die geen moslims zijn, hoeft te werken. Als dit mogelijk is, dan is dit hetgeen hoe het zou moeten zijn. Maar als dit niet mogelijk is dan heeft hij geen probleem, want hij is bezig met zijn werk en zij met die van hen.

    Alleen met de voorwaarde dat hij geen innerlijke liefde, genegenheid of loyaliteit voor hen koestert, en dat hij zich houdt aan hetgeen waarmee de (Islaamitische) Wet is gekomen wat betreft het (beginnen met het) groeten van hen, en het teruggroeten van hen. En ook, dat hij niet deelneemt aan hun begrafenissen of erom treurt, noch dat hij mee doet aan hun feesten of hen ermee feliciteert!

    Bron: Fatawa al-'Aqiedah blz. 255 door Shaych Mohammed ibn Saalih al-'Uthaymien.
     
  5. Shaych al-Iemaam Mohammed ibn Saalih al-'Uthaymien

    Vraag: Wat is de maatregel voor het vraagstuk: het (verbod op) het imiteren van de ongelovigen?

    Antwoord: Het imiteren van de ongelovigen gebeurt in; uiterlijk, kleding, etenswaren en andere zaken, want, het betreft hier een algemeen woord waarvan de betekenis is: dat een persoon een zaak verricht die specifiek voor de ongelovigen is, op een manier dat dit een kenmerk is voor andere ongelovigen als zij hem zien! Dit is de maatregel.

    Maar als het gaat om een zaak die bekend is onder de moslims en de ongelovigen, dan is het imiteren hierin niet verboden, zelfs al is de oorsprong (van deze zaak) ontleend van de ongelovigen, zolang het niet een verboden zaak betreft zoals; het dragen van zijde!

    Bron: Madjmoe'ah doeroes wa fatawa al-Haram al-Mekkie deel 3 blz. 367 door Shaych al-Iemaam Mohammed ibn Saalih al-'Uthaymien.
     
  6. Het reizen naar de landen van de Ongelovigen.

    Shaych al-Iemaam Mohammed al-'Uthaymien

    Vraag: Wat is de regelgeving aangaande het reizen naar de landen van de ongelovigen? En wat is de regelgeving aangaande het reizen omwille van toerisme?

    Antwoord: Het is niet toegestaan om naar de landen van de ongelovigen te reizen behalve onder drie voorwaarden:

    1- Dat een persoon kennis heeft waarmee hij twijfelachtige (religieuze) zaken kan weerstaan.2- Dat hij beschikt over een (sterk) geloof waarmee hij (seksuele) verleidingen kan weerstaan.3- Dat het noodzakelijk voor hem is om daarheen te gaan.

    Als deze voorwaarden niet van kracht zijn, dan is het niet toegestaan om naar de landen van de ongelovigen te reizen, omdat hier veel verderf of vrees voor verderf mee gepaard gaat. Het is ook verspilling van geld, want een mens geeft veel geld uit tijdens dit soort reizen, en dit doet tevens de economie van de ongelovigen stijgen.

    Maar als er een noodzaak is om daarheen te gaan zoals voor: genezing, of het zoeken van kennis die niet aanwezig is in zijn land, en hij beschikt over kennis (van zijn geloof) en een (sterk) geloof, zoals wij beschreven hebben, dan is hier niets mis mee!

    Wat echter het reizen naar de landen van de ongelovigen betreft als het omwille van toerisme gebeurt, dan is dit geen noodzaak. Hij kan ook naar de Islaamitische landen gaan waar de bewoners ervan de kenmerken van de Islaam naleven. En ons land (Saoedi-Arabië) is walhamdoellillaah op een aantal plaatsen een toeristisch land geworden, hij kan dus (gemakkelijk) daarheen gaan en zijn vakantie daar doorbrengen.

    Bron: Al-Madjmoe'a Ath-Thamien deel 1 blz. 49-50 door Shaych al-Iemaam Mohammed bin Saalih al-'Uthaymien.
     
  7. Bevoorrechting van de ongelovigen op de moslims.

    Shaych al-Iemaam Mohammed al-'Uthaymien

    Vraag: Wat is het oordeel over het (innerlijk) liefhebben van de ongelovigen en hen te bevoordelen op de moslims?

    Antwoord: Het is ongetwijfeld zo dat degene die de ongelovigen meer lief heeft dan de moslims een geweldig verboden zaak begaat! Want, het is een verplichting voor hem om de moslims lief te hebben, en voor hen te wensen wat hij voor zichzelf wenst. Maar als hij de vijanden van Allaah meer lief heeft dan de moslims, dan is dit verschrikkelijk gevaarlijk en haraam (verboden) voor hem.

    Beter gezegd, het is niet toegestaan voor hem om zich genegen tot hen te voelen, zelfs als dit minder is dan dat hij zich genegen voelt ten opzichte van de moslims, want Hij Ta'ala zegt:

    ((Er is geen volk te vinden dat (werkelijk) in Allaah en in de Laatste Dag gelooft en degenen die Allaah en Zijn Boodschapper tegenstreven lief heeft (i.e. hen meer lief heeft dan Allaah, de Islaam en de moslims). Zelfs wanneer deze tegenstrevenden hun vaders, of hun zonen, of hun broeders, of hun stamgenoten zijn. Zij zijn degenen bij wie Allaah het geloof (Iemaan) in hun harten verankerd heeft en Hij geeft hen kracht met genade van Hem. Hij doet hen tuinen (het Paradijs) binnengaan waar rivieren onder door stromen, zij zullen daarin voor eeuwig leven. Allaah heeft Welbehagen met hen en zij hebben welbehagen met Hem. Zij zijn degenen die van de partij van Allaah zijn (degenen die de vijanden van de Islaam haten). Weet, voorwaar de partij van Allaah is de overwinnaar!)) [Al-Moedjaadellah: 22]

    En Zijn Uitspraak: ((O jullie die geloven neemt niet Mijn vijanden en jullie vijanden tot vrienden, aan wie jullie genegenheid betonen. Terwijl zij hetgeen wat aan Waarheid naar jullie is gekomen verloochenen!)) [Al-Moemtahinah: 1].

    En ook degenen die hen aanprijzen, ophemelen en bevoordelen op de moslims in het werk en dergelijke, hebben een zonde begaan, en slechte verwachtingen gehad voor hun moslim broeders en hebben goeds gedaan ten opzichte van degenen die het niet verdienen dat er goeds tegenover hen gedaan wordt. Het is (dus) een verplichting voor de gelovige om de moslims te bevoordelen op anderen, in alle zaken van werk en andere. Wanneer er echter tekortkomingen door de moslims bewerkstelligd worden, dan is het een verplichting voor hem om hen te adviseren, te waarschuwen en hen het slechte effect van onrecht te verduidelijken, hopende dat Allaah hen door middel van zijn handelingen leidt!

    Bron: Fatawa Shaych al-'Uthaymien deel 1, Fatawa 'Ulema al-Balad al-Haraam blz. 107.
     
  8. Deelnemen aan feesten van de niet-moslims?

    Het Permanente Comité

    Vraag: Is het toegestaan voor Moslims om deel te nemen in hun feestdagen, zoals Kerstmis?

    Antwoord: Alle Lof is aan Allaah. Het is niet toegestaan voor de Moslim om met de Koeffaar mee te doen in hun feestdagen en vreugde en geluk uit te drukken in deze gelegenheden, of om een dag vrij te nemen van werk, of de gelegenheid godsdienstig is of seculair is, want dit is een soort van het imiteren van de vijanden van Allaah, wat verboden is, en een soort van samenwerken met hen in valsheid. Het staat vast dat de Boodschapper van Allaah (Moge Allaah’s Zegeningen en Vrede met hem zijn) heeft gezegd: “Wie dan ook een volk imiteert is één van hen.â€?

    En Allaah, Soebhaanehoe wa Ta’ala, zegt: ((En help elkaar bij al-Birr en Taqwa (deugd, oprechtheid en vroomheid); En helpt elkaar niet bij zonde en overtreding. En vreest Allaah. Voorwaar, Allaah is streng in de bestraffing.�)) [al-Maa'idah 5:2]

    We adviseren jou het boek “Iqtidaa ' as-Siraat al-Moestaqiem� van Shaychoel-Islaam Ibn Temieyah (moge Allaah hem genadig zijn) erop na te slaan, want het is zeer nuttig op dit onderwerp.

    En bij Allaah ligt het Succes en moge Allaahâ s Zegeningen zijn met onze Profeet Mohammed en zijn familie en zijn metgezellen en schenk hen vrede.

    BRON: Het Permanente Comité voor Academisch Onderzoek en het Uitgeven van Fatwa, Fatwa nr. 2540
     
  9. De regel betreffende het bedekken van de handen en voeten van de vrouw tijdens het gebed
    Geschreven door Shaych Abdoel-‘Aziez Ibn Baaz

    Vraag:

    ”Wat is de regelgeving betreffende het bedekken van de handen en voeten tijdens het gebed? Is het verplicht voor een vrouw, of is het toegestaan voor haar om haar voeten en handen onbedekt te laten, in het bijzonder wanneer er geen niet-verwante mannen in haar nabijheid zijn, of als zij in het gezelschap van een groep vrouwen is?”

    Antwoord:

    ”Wat het gezicht betreft is het Soennah voor haar om deze niet te bedekken tijdens het gebed wanneer er geen niet-verwante mannen in haar nabijheid zijn. Wat de voeten betreft is het verplicht voor haar deze te bedekken volgens de meerderheid van de geleerden. Sommige geleerden staan het toe dat de voeten onbedekt zijn, maar de meerderheid zegt dat het verboden is om ze onbedekt te laten en daarom moet ze haar voeten bedekken.

    Aboe Dawoed heeft overgeleverd dat Oem Salama werd gevraagd over een vrouw die met een hoofdbedekking en een lang kledingstuk bad en zij zei daarover:


    “Het kan geen kwaad, zolang het lange kledingstuk het bovenste van haar voeten bedekt.”

    Het bedekken van de voeten is dus beter en het veiligste onder alle omstandigheden. Wat de handen betreft, deze situatie is simpeler. Als zij ze onbedekt laat dan kan dat geen kwaad. Als zij ze bedekt dan kan dat geen kwaad. Sommige geleerden zeggen dat het beter is om ze te bedekken.


    Moge Allah ons doen laten welslagen.


    Bron: Fataawa al-Mar`ah
     
  10. Sheikh Moh'ammed Salih' Al-Moenajjid antwoordde als volgt: “Het is niet toegestaan om huiswerk over te schrijven, omdat het een vorm van bedrog is, en het is voor ons verboden om te bedriegen. De profeet (Allah's vrede en zegeningen zijn met hem) heeft gezegd: “Een ieder die ons bedriegt/misleidt is niet van ons.”

    Bron: uwkeuze.net





    Spieken tijdens examens


    Vraag:

    Ik ben een student op een faculteit en ik zie dat een aantal studenten spieken tijdens tentamens. Voornamelijk bij bepaalde vakken, zoals Engels. En als ik hen hierop aanspreek dan zeggen zij dat spieken tijdens het vak Engels niet haraam (verboden) is. Dit scheen, volgens hen, een aantal geleerden gezegd te hebben. Wat is uw uitspraak hierover?


    Antwoord:

    Er is overgeleverd dat de Profeet (vrede zij met hem) heeft gezegd: "Wie ons bedriegt, behoort niet tot ons."(Moeslim)
    Deze uitspraak beperkt zich niet slechts tot bedrog met betrekking tot omgangsvormen, maar heeft ook betrekking op toetsen, tentamens, examens en dergelijke. En dus ook het Engelse vak.

    Gezien de algemene aard van deze overlevering is het niet toegestaan voor de studenten om te spieken tijdens welk vak dan ook.

    En het is Allah Die leidt naar succes.
    Sheich cAbd ul-cAziez ibnoe Baaz


    Bron: Al-yaqeen.com
     
  11. Vraag:

    Is het voor de vrouw verplicht de hoofddoek te dragen tijdens het reciteren van de Koran?

    Antwoord:

    Alle lof zij Allah en vrede en zegeningen zij met Zijn Boodschapper, diens familie en metgezellen.

    Het is voor de vrouw niet verplicht haar hoofddoek te dragen bij het reciteren van de Koran. Simpelweg omdat daar geen bewijs voor is. Sheich Mohammed ibnoe Saalih al-cOethaymien heeft gezegd: “Het bedekken van het hoofd behoort niet tot de voorwaarden van het reciteren van de Koran.”
    (Fataawaa Ibn cOethaymien)

    Sheich ibnoe cOethaymien heeft tevens gezegd in zijn commentaar op Soedjoed ut-Tilaawah: “Soedjoed ut-Tilaawah komt alleen voor bij het reciteren van de Koran. Dit kan op elke wijze gebeuren, zelfs zonder het bedekken van het hoofd, omdat deze prosternatie niet dezelfde regelgeving kent als de prosternatie van het gebed.”
    (Fataawaa al-Djaamicah li’l-Mar’at il-Muslimah)





    bron; al-yaqeen.nl
     
  12. vraag:

    Waarom is het verboden om op je buik te slapen? Geldt dit voor zowel mannen als vrouwen?


    Antwoord:


    Alle lof zij Allah.


    De reden hiervoor is dat de Profeet (vrede en zegeningen met hem) het verboden heeft. Er is niets goeds, of hij heeft ons de weg er naar toe gewezen. En er is niets slechts, of hij heeft ons er voor gewaarschuwd. Yaciesh ibnoe Thihfah Al-Ghiefaari overleverde dat zijn vader zei: "Ik verbleef als gast bij de Boodschapper van Allah (vrede en zegeningen zij met hem) onder de andere behoeftigen waar hij gastheer van was. De Boodschapper van Allah (vrede en zegeningen zij met hem) kwam in de nacht zijn gasten bezoeken, en hij zag mij op mijn buik liggen. Waarna hij mij schopte met zijn voet en zei: ,,Lig niet op deze manier, want dit is een ligging die Allah verafschuwt.”

    Volgens een andere overlevering raakte de Profeet (vrede en zegeningen zij met hem) hem aan met zijn voet en maakte hem wakker, waarna hij (vrede zij met hem) zei: “Lig niet op deze manier, want zo liggen de mensen van de Hel.” (overgeleverd door Ahmad, at-Tirmidhi en al-Albaani)


    En dit is een algemeen verbod dat zowel voor de mannen als voor de vrouwen geldt, omdat de basisregel is dat een wet voor beide geslachten geldt, tenzij er een bewijs is waarbij het verschil aangetoond wordt.
     
  13. Vraag:

    “Ik reciteer vaak de Qor’aan; desondanks begrijp ik de betekenis ervan niet. Beloont Allaah mij dan toch?”


    Antwoord:

    “Zoals Allaah zegt, zit de Nobele Qor’aan vol met zegeningen:


    “(Dit is) een Boek (de Qor’aan) wat wij naar jullie neder hebben gezonden, vol met zegeningen zodat zij de Verzen kunnen overpeinzen, en dat mannen van begrip het kunnen herdenken.” [Soeraah Sâd 38: Vers 29]

    Je wordt beloond voor het reciteren van de Qor’aan, of je nou begrijpt wat je leest of niet. Desalniettemin, wordt je als moslim geacht de betekenissen van de Qor’aan toe te passen, dus het is niet behoorlijk voor jou om onwetend te zijn over zijn betekenissen, net zoals een student geneeskunde niet onwetend behoort te zijn over de betekenissen van wat hij leest in de boeken geneeskunde, sterker nog, een student geneeskunde werkt hard om te begrijpen wat er in die boeken staat, om vervolgens de kennis die hij heeft verkregen toe te passen. De noodzaak voor de gelovige om te begrijpen is zelfs nog groter, want hij reciteert Allaah’s Boek, hetgeen wat een geneesmiddel kan zijn voor wat er in de harten zit en een vermaning voor alle mensen, en dat is waarom de Metgezellen alleen tien verzen per keer memoriseerden, en niet verder gingen naar de volgende tien totdat zij niet alleen hun betekenissen leerden, maar hen ook toepasten.


    En mijn antwoord is ja, een persoon wordt beloond voor het reciteren van de Qor’aan, en het doet er niet toe of hij het begrijpt of niet. Maar je behoort zo hard als je kan te streven om zijn betekenissen te leren, en om te leren onder toezicht van betrouwbare geleerden. Als je geen geleerde kan vinden om van te leren, moet je betrouwbare boeken van Tafsier lezen, bijvoorbeeld, Tafsier Ibn Djarier al-Tabari en Tafsier Ibn Kethier. En Allaah weet het, het beste.”


    Arabische bron: Fataawa al-`Othaymien
     
  14. Vraag:

    Kan een treinreiziger zittend bidden in de richting waarin de trein rijdt als hij vreest dat de tijd van het gebed zal verstrijken?

    Antwoord:

    Het verrichten van het verplichte gebed mag niet gebeuren in de bus, trein, vliegtuig of andere vervoersmiddelen. Een uitzondering hierop is wanneer men vreest dat de tijd van het gebed zal verstrijken. In dat geval moet men het gebed staand verrichten richting de Qiblah. Is hij niet in staat zich te wenden tot de Qiblah, dan wendt hij zich in de richting waar dat wel mogelijk is. En als het niet staand mogelijk is, dan zittend.
     
  15. Vraag:

    Wat is het oordeel over het klappen tijdens feesten?

    Antwoord:

    Alle lof zij Allah en vrede en zegeningen met Zijn boodschapper.

    De vrome voorgangers hadden niet de gewoonte om tijdens bijeenkomsten te klappen. Als zij ergens van onder de indruk waren, prezen zij Allah door zachtjes te zeggen: ?Allaahoe Akbar? (Allah is de Grootste) en ?SoebhaanAllah? (Verheven is Allah). Dit gebeurde individueel en niet gezamenlijk in een groep en op een dusdanige wijze dat dit nauwelijks te horen was voor degene naast hen.

    Het is aan te raden om het klappen in de handen te vermijden. Wij doelen hier niet op een verbod. Dit omdat het klappen wijdverspreid is tussen de moslims en zij dit niet als een daad van aanbidding beschouwen. Daarom is het niet correct om de volgende Woorden van Allah over de polytheisten als bewijs te voeren voor een verbod op het klappen. Zo zegt Allah, de Verhevene (interpretatie van betekenis):

    ?En hun gebed bij het Huis van Allah (de Kacbah) was niets dan gefluit en handgeklap.?
    (soerat al-Anfaal: 35)

    De polytheisten namen het klappen in de handen bij het Huis als een aanbidding. De moslims die klappen, wanneer zij iets horen of zien wat hun bewondering wekt, doen dit niet als een daad van aanbidding. Concluderend rust op het klappen dus geen verbod, echter is het beter dit te vermijden.

    Sheich Mohammed ibn Saalih al-cOetaymien
     

Deel Deze Pagina